Mijn opa, mijn opa, mijn opa…

Mijn opa, mijn opa, mijn opa…

Mijn opa, mijn opa, mijn opa… 🎵 🎵

Mijn opa was voor mij als klein meisje een held. Mijn opa was smid en verstond zijn vak. Hij was het levende bewijs dat als je vak je passie is, je tot op late leeftijd kan blijven werken, zelfs in een fysiek zwaar beroep.

De maatschappij is de afgelopen decennia enorm veranderd. We hebben na WOII een industriële en maatschappelijke revolutie doorgemaakt van ongekend formaat. Technische ontwikkelingen stijgen boven het menselijke brein uit.

Wat doet dat met ons als (oer)mens en wat is het effect op moeder aarde, waar we te “gast” zijn gedurende ons leven? Zijn we niet van onszelf aan het vervreemden? Kunnen we burnouts onder jongeren voorkómen in plaats van behandelen zoals we nu doen? Gaan we verantwoord met natuurlijke bronnen om? Wat is onze missie en hoe kunnen we bijdragen aan een inclusieve maatschappij?

Dit zijn vragen waar grote wereldleiders, economen, milieudeskundigen, zorgprofessionals en grote corporates over na zouden moeten denken. Niet door enig winstbelang gedreven, maar vanuit sociaal-maatschappelijk oogpunt.

Na het lezen van bovenstaand verhaal denk je misschien “Tsja mooi, maar wat wil je dan met OPA in het Primair Onderwijs (PO) gaan doen?”. 

Vanzelfsprekend ga ik jonge kinderen niet met zulke vragen confronteren. Waar ik wél mee aan de slag? Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en hebben een intrinsieke motivatie om te leren. We zijn allemaal als kind ooit gaan kruipen, hebben leren lopen, onszelf leren aankleden etc. Dat was met vallen en opstaan en ieder op zijn/haar eigen tempo, maar we hebben het geleerd vroeg of laat. Op school hebben we les gekregen in o.a. taal, rekenen, geschiedenis, aardrijkskunde. Over deze kennis word je als kind getoetst, wat resulteert in cijfers en een schooladvies. Dit alles met het doel een bepaalde studie- en beroepskeuze te maken en vervolgens een uitgestippelde loopbaanambitie na te jagen.

Op de vraag “wat wil ik later worden?” denken we steevast aan een beroep dat je later wilt uitoefenen, waar je een (goede) boterham in kan verdienen. Wat mij verwondert is dat je zelden een antwoord krijgt als “ik wil later een fijn mens worden”. Nee natuurlijk zegt niemand dat Monique, daar kan je je boterham immers niet mee verdienen. Met die titel kan je echt geen brood kopen bij de bakker.

En hier gaat de verwondering over in verbazing… Waarom leren we onze kinderen dat geld een doel is en niet slechts een middel? Dat de wereld veel mooier kleurt met fijne mensen? Dat ieder mens uniek is en je die authenticiteit moet omarmen, in plaats van er een stempel op willen plakken?

Het vak “ikkelogie” (bron van deze term is spreker Remco Claassen) staat echter niet op het curriculum. Jammer, want het is broodnodig (om maar in bakkerstermen te blijven).

Met vakken als filosoferen-van-de-koude-grond, socratische gesprekken voeren, IK-JIJ-WIJ- levenslessen, empathisch samenwerken etc. worden kinderen uitgedaagd met een 360º blik naar (wereldse) zaken te kijken. Centraal vertrekpunt is altijd: Wie ben ik, wat wil ik, waar sta ik voor en hoe bereik ik mijn doelen. De kinderen van nu zijn de toekomstige werkgevers, werknemers of politieke leiders. Elk kind telt, nu en in de toekomst!

Geef een reactie

Sluit Menu
×
×

Winkelmand